Van Kameroen naar de Zeeuwse jeugdsport: data die jong talent beter in beeld brengt

Pristen Fomum (links) en Milton Fon (rechts)

Pristen Fomum en Milton Fon kwamen uit Kameroen naar Zeeland om te studeren. Bij SatisfITeers, de Zeeuwse groep van IT-bedrijven, rondden ze hun afstudeeronderzoek af, als eerste data-scientists binnen het bedrijf. Hun werk draait om jonge voetballers binnen Super Star Academy: wie loopt risico op een blessure en welke speler raakt langzaam uit beeld? Een gesprek over hun weg hierheen en wat data kan toevoegen aan de jeugdsport.

Een koude e-mail en een lange fietstocht

In Kameroen woedt al jaren een conflict. Voor veel jonge mensen is studeren in het buitenland een manier om een toekomst op te bouwen en zo kwamen ook Pristen en Milton in het Nederlandse hoger onderwijs terecht. “Ik wist niets over Nederland, ik had alleen een beeld bij Amsterdam”, vertelt Milton. “We schreven ons in, en de eerste universiteit die ons aannam, daar gingen we heen.” Dat werd de HZ University of Applied Sciences. In september 2022 stapten ze in Zeeland uit de trein.

Wat ze aantroffen, voelde verrassend vertrouwd. “Gek genoeg lijkt het een beetje op thuis. Het is hier rustig, er is ruimte en je maakt hier makkelijk contact met mensen. Heel anders dan in een grote stad”, zegt Milton. Aan het weer moesten ze wel wennen. “In Kameroen regent het twee uur en daarna is het weer droog”, vertelt Pristen. “Hier regent het uren en uren aaneen. Op een gegeven moment accepteer je maar dat je nat wordt.”

Om hun opleiding te financieren, pakten ze aan wat ze konden. Naast hun studie werkten ze bij Rijkswaterstaat, de McDonald’s en een periode bij Center Parcs in Zeeland. Drie uur heen, drie uur terug, op de fiets. “Dat was onze sportschool”, lacht Milton. 

Via de vacaturebank van de HZ kwamen ze bij SatisfITeers terecht. Milton zag een openstaande stageplek en mailde Bart met de vraag of hij er zijn afstudeeronderzoek kon doen. Daar moest Bart even over nadenken; een kant-en-klaar project lag er nog niet. Twee weken later viel er iemand uit en was er ruimte, voor twee personen zelfs. Milton vroeg Pristen mee en zo belandden ze bij Super Star Academy, het platform voor talentontwikkeling in de jeugdsport, allebei met een eigen onderzoeksvraag.

Pristen: groei en blessures

Pristen richtte zich op blessures bij jonge spelers en analyseerde daarvoor geanonimiseerde gegevens. Een belangrijk begrip in zijn werk is de groeispurt, het moment waarop een kind het hardst groeit. In die fase groeien de botten sneller dan de spieren en pezen kunnen bijbenen, waardoor het lichaam tijdelijk kwetsbaarder is.

Het lastige is dat leeftijd weinig zegt. “Twee spelers van elf kunnen biologisch jaren uit elkaar liggen”, legt Pristen uit. De een zit nog ver voor zijn groeispurt, de ander is er al doorheen. Soms klopt ook de verhouding tussen lengte, gewicht en leeftijd niet, en juist die spelers zijn gevoelig voor blessures. Pristen deelde spelers daarom in op hun lichamelijke ontwikkeling, niet op hun geboortejaar.

Daarnaast keek hij naar blessurepatronen. Wat opviel, was dat een kleine groep spelers samen verantwoordelijk is voor een groot deel van alle blessures. Vaak dezelfde spelers, keer op keer, soms na een te snelle terugkeer. “Met meer rust en aandacht kun je ze helpen herstellen”, zegt Pristen.

Het resultaat is een dashboard dat spelers indeelt naar blessurerisico: laag, gemiddeld of hoog. “Niet om puur op basis daarvan beslissingen te nemen”, benadrukt hij, “maar wel om trainers te ondersteunen. Zonder dashboard weten ze niet wie een hoog risico loopt.” Hij presenteerde het ook aan Jenz de Meij, assistent-trainer bij de Jeugd Voetbal Opleiding Zeeland (JVOZ), die de gevonden knieblessures herkende uit zijn eigen teams.

Milton: afhaken zichtbaar maken

Milton boog zich over een ander probleem: spelers die stilletjes afhaken. In de amateursport heeft één trainer al snel vijfentwintig spelers onder zijn hoede en weinig middelen. Wie minder speelt of minder vaak komt, valt makkelijk buiten beeld. Tegen de tijd dat de trainer het doorheeft, staat de speler al met één been buiten de club.

Super Star Academy verzamelt al veel gegevens, maar deed er nog weinig mee. Milton bouwde een model dat op basis van die data signaleert wanneer een speler dreigt af te haken, op basis van speeltijd, aanwezigheid en de eerlijke verdeling van speelminuten. Het model laat ook zien waar de oorzaak ligt. Komt een speler al een maand minder vaak? Dan verdient de speler aandacht. Krijgt iemand structureel te weinig speeltijd? Dan ligt de vraag eerder bij de coach.

Wat hem vooral opviel, was die tweede groep. "Dat zijn de zogenaamde bench warmers", zegt hij. "Ze zijn er altijd, op elke training en bij elke wedstrijd, maar ze spelen niet. Het bijzondere is dat de oorzaak hier niet bij de speler ligt, maar bij de keuzes van de coach. Deze spelers doen niets fout en blijven trouw komen, en juist daardoor lopen ze het risico stilletjes af te haken zonder dat iemand het verband legt.”

Bovenop het model bouwde Milton een AI-assistent die de trainer een concreet handvat geeft. “Speelt iemand gemiddeld nog geen tien minuten per wedstrijd, zit hij vaak op de bank terwijl hij wel is opgeroepen, of wisselt zijn positie telkens? Dan signaleert het systeem dat, en draagt het passende oefenstof aan om die speler verder te helpen.”

Een basis om op verder te bouwen

Voor SatisfITeers is dit de eerste keer dat data-scientists zo’n project hier afronden. Beiden zien vooral een vertrekpunt. Voor het eerst wordt de data binnen Super Star Academy ingezet, maar er valt nog veel meer uit te halen. “De data was er al”, zegt Pristen. “Dit project maakt het zichtbaar.” Voor Milton was het de eerste keer dat hij voorspellende modellen koppelde aan AI, tot iets waar iemand in de praktijk iets aan heeft.

Of ze zelf voetballen? Milton wel. Pristen lacht. “Ik ben meer van de games en de sportschool.”

Het project laat zien waar data waarde krijgt: niet in het model zelf, maar in wat mensen ermee kunnen. Een trainer die eerder ziet dat een speler overbelast raakt. Een coach die merkt dat iemand langzaam uit beeld raakt. Dat sluit aan op waar Super Star Academy om draait: clubs, trainers en spelers helpen zich maximaal te ontwikkelen, ongeacht hun niveau. De data is daarbij geen doel op zich, maar een middel om die ontwikkeling dichterbij te brengen.

Volgende
Volgende

AI-trainingen: zo maak je je team AI-proof